Klaag ik de slechte staat van mijn huurwoning aan met het risico dat het pand onbewoonbaar wordt verklaard of laat ik het zoals het is, met alle gevolgen van dien?
“Mijn naam is S. Ik woon alleen met mijn hond en kat. Mijn droom is ooit een sociale woning te kunnen huren, het liefst gelijkvloers met een tuintje waar mijn hond en kat vrij kunnen rondlopen. Helaas is mijn huidige woonsituatie een heel ander verhaal.
Na mijn scheiding ben ik in 2010 in deze gemeente komen wonen. Mijn eerste appartement bevond zich in een huis dat was opgedeeld in twee wooneenheden. Ik woonde daar met veel plezier. Ik had een heel goede huisbazin. Was er iets stuk, dan repareerde ze het bijna onmiddellijk. Het was echter een oud huis, en de kosten liepen op. Daarom besloot de huisbazin om het huis te verkopen.
Het huis werd overgekocht door een koppel dat het bleef verhuren. Maar als er iets kapot ging, werd het niet meer gerepareerd. Ik probeerde zoveel mogelijk zelf op te lossen, maar ik had maar beperkte middelen. De nieuwe eigenaars lieten het huis volledig verwaarlozen.
Op een dag kwam de wijkagent langs. Hij zorgde ervoor dat er een woononderzoek werd uitgevoerd. Hierdoor werd de woning onbewoonbaar verklaard. Hij hing het document aan de voordeur zonder mij vooraf te verwittigen.
Binnen een maand moest ik verhuizen, net tussen Kerst en Nieuwjaar. Dat was een moeilijke periode om iets nieuws te vinden. Bovendien kreeg ik mijn huurwaarborg niet terug, waardoor ik nauwelijks geld had om een andere woning te huren.
Na die maand had ik nog steeds geen woning. Ik had al meerdere keren bij het OCMW aangeklopt. Na veel klagen en aandringen mocht ik uiteindelijk tijdelijk in een noodwoning van de gemeente verblijven, waar ik drie maanden kon blijven. Via via vond ik uiteindelijk een nieuwe woning. Bij de bezichtiging leek alles in orde en ik was blij dat ik eindelijk iets gevonden had.
Toen ik er introk, bleek er een lek in de douche te zijn. Ik meldde dit onmiddellijk, maar het duurde twee maanden voordat het werd gerepareerd. In die tijd moest ik bij vrienden douchen. Ik klaagde niet te veel over de lange wachttijd, uit angst om als moeilijke huurder te worden gezien en opnieuw zonder woning te komen zitten.
Omdat ik uit een situatie van dak- en thuisloosheid kwam, had ik recht op een huursubsidie voor mijn nieuwe woning. Mijn dochter hielp me om deze aan te vragen. Er kwam een woningcontroleur langs om de staat van de woning te beoordelen. De woning werd afgekeurd vanwege te veel gebreken. Zo was er risico op CO-vergiftiging door onvoldoende ventilatie bij de ketel, de stopcontacten in de keuken waren niet geaard, er was geen trapleuning …
Uiteindelijk zijn deze gebreken gerepareerd, maar verborgen problemen bleven zich voordoen. De rookmelders zaten niet goed vast en vielen naar beneden, en er was schimmel in mijn slaapkamer. De woonambtenaar van de gemeente verbood me zelfs om daar nog te slapen. Ik betaal dus voor een woning die ik maar voor de helft kan gebruiken.
De eigenaars lappen alles op, maar proberen het zo goedkoop mogelijk te houden zonder structurele aanpassingen te doen.
Ik durf niet te veel te klagen, ook al weet ik dat mijn woonsituatie ongezond of onveilig is. Ik ben bang om opnieuw op straat te belanden. De huurprijzen op de private markt zijn zo hoog dat ik die met mijn beperkte inkomen niet kan betalen.
Ik sta al 10 jaar op de wachtlijst voor een sociale woning en hoop elke dag die verlossende brief te krijgen dat het eindelijk mijn beurt is.”
Iedereen heeft recht op een kwaliteitsvolle, betaalbare woning in een goede leefomgeving. Momenteel staan er 18.000 Limburgers op de wachtlijst!
Zorg voor meer sociale woningen en werk met conformiteitsattesten.
